Geschiedenis

De toren

De toren van de Barneveldse Oude- of Sint Odulphuskerk dateert uit de dertiende eeuw. Ze werd vele malen ten gevolge van blikseminslag door brand geteisterd, maar steeds weer in oude luister hersteld. Tot 1927 eindigde de toren in een peervormige naaldspits; bij de restauratie die in dat jaar gereedkwam, werd deze vervangen door een lantaarn met ui-vormige bekroning. Het ontwerp daarvan was van de toenmalige gemeente-architect G. Leijsen. De laatste grote restauratie vond plaats in de jaren 1961-1963 onder architectuur van ir. T. van Hoogevest. De hoogte is ca. 50 meter.


Jan van Schaffelaar

Barneveld en zijn toren kregen vooral bekendheid door de heldensprong van Jan van Schaffelaar in 1482. Op 16 juli van dat jaar vond er een treffen plaats tussen de Geldersen en de Utrechtenaren. Een ruiterij onder leiding van Jan van Domselaar - door zijn huwelijk Van Schaffelaar genoemd - verschanste zich in de toren. De belegeraars verzekerden de ruiters vrije aftocht mits de aanvoerder zich overgaf.


- Doe zeyde Jan van Scaffelaer: ,,Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic en wil u in geenen last brenghen". Ende ginck boven op die tynnen van den toern staen ende setten syn handen in syn syde ende spranck van boven neder -


Na onderzoek van bij de kerkrestauratie in 1978 gevonden skeletdelen, wordt aangenomen dat hij na zijn val werd geraakt door een kogel, waardoor een scharnierpen van zijn vizier in zijn schedel drong. Inwendige bloedingen als gevolg van de val of een steek of slag met een wapen, maakten tenslotte een einde aan zijn leven. Hij werd aanvankelijk begraven in een massagraf aan de voet van de toren en later overgebracht naar de grafkelder van de familie Hackfort, in het koor van de kerk.




Standbeeld

Het standbeeld voor en van Jan van Schaffelaar is een monument, vervaardigd in opdracht van de VVV, waarvoor in 1902 de eerste plannen werden gemaakt. Het monument was één van de middelen waarmee men een toeristische stroom naar Barneveld op gang probeerde te brengen.

De opdracht voor het ontwerp van het beeld werd toevertrouwd aan de Amsterdamse kunstenaar Bart van Hove. Ter financiering van het project, waarmee een bedrag van 1400 gulden was gemoeid, werd in januari 1902 een Jan van Schaffelaar-fonds in het leven geroepen. Een half jaar later was het benodigde geld bijeengebracht en moest men een geschikte plaats voor het standbeeld gaan bepalen. Het bestuur en de VVV besloten over de standplaats van het beeld te gaan stemmen. Het resultaat hiervan was dat de meerderheid zich uitsprak voor een plaatsje op het Kerkplein (Torenplein).

De onthulling van het beeld op 15 september 1903 vormde een waar spektakelstuk. Het hele dorp verkeerde in feeststemming. Met een kermis, een markt, volksspelen en een indrukwekkende historische optocht werd de onthulling op grootse wijze luister bijgezet. Het publiek stroomde in groten getale toe. Niet alleen de ingezetenen, maar duizenden en nog eens duizenden bezoekers uit alle delen van het land woonden de Jan van Schaffelaarfestiviteiten bij.

Het standbeeld staat vandaag de dag nog op het Torenplein, onder de toren van de Oude Kerk.


Het carillon

Kijk voor de geschiedenis van het carillon van de Oude Kerk bij "Instrumenten".